Hoe kun je mediawijsheid integreren in het onderwijs?

Mijn vak mediawijsheid, het actief en bewust meedoen aan de mediasamenleving, is een breed begrip waar je veel kanten mee uit kunt in het onderwijs.

Grofweg bestaat het uit twee componenten: het kunnen gebruiken van allerlei digitale middelen en weten welke waarvoor geschikt is, en het kritisch kunnen reflecteren op de aanwezigheid van media in ons leven.

Volgers en vrienden

polonaisende mannenIn de praktijk lopen deze twee vaak door elkaar heen. Je kunt leerlingen pas goed laten nadenken, over bijvoorbeeld de ‘vriendensuggesties’ van Facebook of de “Who to follow” van Twitter, als ze daar eerst een profiel hebben aangemaakt. En je kunt leerlingen beter leren Googlen als ze eerst weten hoe deze zoekmachine werkt.

Apart vak?

Er is onder mediawijsheidprofessionals nogal wat discussie gaande over of je mediawijsheid als apart vak zou moeten geven, of geïntegreerd in alle andere. De KNAW adviseert scholen een nieuw apart vak in te voeren: ‘Informatie & communicatie’. Anderen zijn van mening dat mediawijsheid geïntegreerd moet zijn in alle vakken en veel scholen hebben ook het geld en de ruimte niet om het als nieuw vak in het curriculum op te nemen.

Ik ben van mening, juist omdat je er zoveel kanten mee op kunt, dat mediawijsheid heel goed in alle bestaande vakken en lessen kan worden opgenomen. Daarbij vraagt het andere vaardigheden van de docenten, andere didactische werkvormen dan de traditionele les en heeft het andere randvoorwaarden, zoals beschikbaar internet.

Als docent moet je nadenken over zaken als: wat is er aan middelen aanwezig in het lokaal, zal ik de leerlingen van tevoren opdrachten meegeven die ze online kunnen uploaden, met welke tools gaan we werken en waarom, gaan we daarmee de openbaarheid in of juist niet, hoe kunnen we samenwerken en elkaar van feed back voorzien, enzovoorts.

Kortom: een heel andere aanpak dan de traditionele, klassikale les, die andere competenties en manieren van leren bij leerlingen aanboort. Als je hier toch al mee aan de slag gaat, dan kun je dat beter gelijk voor alle lessen doen.

Whatsappjes

Bij de mentoruren kun je dan de leervaardigheden bij de leerlingen te verbeteren via social media en de leerlingen bijbrengen hoe ze de aandacht vragende whatsappjes e.d. de baas kunnen blijven.

Tijdens vakken als maatschappijleer kan de inhoudelijke kennis over internet bij de leerlingen worden verbeterd. Zodat ze bijvoorbeeld snappen dat Facebook via die ‘vriendensuggesties’ z’n geld verdient. Waardoor ze beter leren nadenken over zaken als het al dan niet ‘weggeven’ van persoonlijke gegevens.

Meer weten? Neem contact met mij op voor een vrijblijvend advies!

Mediawijsheid en motivatie bij leerlingen

Zoals elke docent (en waarschijnlijk ouder) houd ik mij bezig met de vraag hoe je kinderen en jongeren het beste kennis en vaardigheden kunt bijbrengen.

Abc schoolbordDit heeft te maken met interessante lesstof die aansluit bij de leerlingen. Een goede sfeer in de klas, orde, een heldere lesstructuur met een duidelijk doel dat betekenisvol is voor de leerlingen. Op zo’n manier onderwezen dat hun hersens er actief mee aan de slag gaan zodat de kennis beklijft en ze die in andere situaties ook toepassen.

Van wezenlijk belang ook bij mediawijsheid, omdat je ‘bewust omgaan met media’ niet alleen wilt beperken tot het klaslokaal.

Vastberadenheid

De sleutel tot succes is het aanwakkeren van motivatie bij de leerlingen. Dat doe je niet alleen door bovengenoemde zaken, maar ook door hen de vaardigheid van vastberadenheid bij te brengen.‘Grit’ in het Engels, heel mooi verwoord in deze TED Talk.

Vastberadenheid valt volgens Marzano onder creatief denken (dimensie 5), omdat het meer is dan alleen niet opgeven. Maar ook: verschillende benaderingen uitproberen, geschikte hulp zoeken, vergelijken met andere situaties en de oplossingen daarvan tegen het licht houden, een paar stappen terugdoen en opnieuw beginnen, enzovoorts.

Mediawijsheidvaardigheden

Dit kan heel mooi gecombineerd worden met mediawijsheidvaardigheden. Op verschillende platforms, zoals een blog of YouTube, kun je ideeën uitproberen en uitvinden wat werkt. Via social media kun je hulp zoeken (bijvoorbeeld op Twitter via de hashtag #dtv). Via Google (zoekmachine en hangout) kun je zoeken naar en discussiëren over vergelijkbare situaties en oplossingen.

Geïnteresseerd in een presentatie of advies voor school? Neem contact met mij op om de mogelijkheden te bespreken!

Met visie, strategie en lef mediawijs worden

Als mediacoach komt een enorme hoeveelheid informatie en vragen op je af.

Je bent eigenlijk nooit uitgedacht over mediawijsheid en dat maakt het ook zo leuk (en moeilijk ook soms). Ik heb gastlessen gegeven aan 7 en aan 27 jarigen, presentaties aan ouders, docenten, jeugdwerkers. Verdiep mij al langere tijd in jongeren en hun internetgedrag, social media en didactiek. En nog weet ik niet genoeg.

Ook scholen en ouders worstelen nog steeds met hun visie, vraagstukken en grenzen.

iPadschool

Zoals: moet mijn kind naar een iPadschool? Dit genuanceerde stuk geeft daar ook geen eenduidig antwoord op. Je weet gewoon niet zeker of je er als ouder goed aan doet, omdat de scholen zelf ook nog van alles moeten uitvinden. Hoe ze bepaalde zaken gaan meten bijvoorbeeld, en hoe ze het didactisch gaan aanpakken.

SuperwomanSprong

Het is dus een sprong in het diepe eigenlijk. Maar wel een met kansen voor het kind op mediawijsheid- en 21st Century skills ontwikkeling en innovatief onderwijs. Veel andere scholen zijn nog lang niet zo ver. Zoals ik al eerder schreef besteden ze er wel aandacht aan, maar lang niet altijd effectief of structureel. Zo’n Steve Jobsschool doet dat wel (neem ik toch aan).

Eigenlijk komt het steeds weer neer op hetzelfde: het hebben van een visie en vervolgens een strategie. En lef. Of je nu een school of een kind hebt op te voeden.

Anders blijft de tablet, de apps en het digibord maar een dingetje voor d’r bij. De sociale media een foute kroeg. En Google een alwetende god die voor ons beslist.

 

Toetsen en meten van mediawijsheid

Hoewel de noodzaak door iedereen inmiddels wel wordt erkend, is mediawijsheid bij de meeste scholen niet ingebed in het curriculum.

Meten van mediawijsheidEr wordt bijvoorbeeld wel een project aan cyberpesten gewijd, een (gast)les gegeven over social media of online imago en de mediathecaris vertelt wat over zoeken op het internet, maar dat is het vaak wel.

Theoretisch kader

De Onderwijsinspectie toetst er niet op, en onderzoek naar mediawijsheidvaardigheden bij leerlingen is pas nu zo’n beetje op gang. Als gevolg hiervan weten scholen eigenlijk nog steeds niet wat het niveau is van mediawijsheid bij hun leerlingen, hoe je dat zou moeten verbeteren en tot welke hoogte dan.

Zonder theoretisch kader voor toetsing en het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn, is het lastig effectief les te geven in mediawijsheid. Hoeveel iPads je op school ook hebt.

Hoe mediawijs zijn de leerlingen?

Hiermee heb ik mijn praktijk als mediacoach uiteraard ook mee te maken. Als ik in een klas kom voor een gastles, heb ik geen compleet beeld van de uitgangssituatie. Hebben ze allemaal smartphones, of überhaupt internet thuis? Zoja, wat doen ze daar dan precies mee? Denken ze na over wat ze op social media doen? Hoe is het gesteld met hun zoekvaardigheden? Hoe gaan ze om met cyberpesten? En met het scheiden van nep/waar nuttig/onzin enzovoorts op internet?

Kortom: hoe is het gesteld met hun mediawijsheidcompetenties?

Omdat er op school geen structurele aandacht aan wordt besteed, en de ene leerling wel een oudere broer of zus of mediawijze ouders heeft die het ze allemaal uitlegt en de ander niet, zijn de verschillen tussen de leerlingen groot.

Beginsituatie bepalen

Ik probeer voor mijn les uit te vinden hoe de leerlingen ervoor staan door ze een korte enquête vooraf af te nemen, en de school en docenten te ondervragen. En uiteraard hou ik mezelf op de hoogte over de algemene stand van zaken over jongeren en internet vanuit de theorie, dat wil zeggen alles wat ik online kan vinden aan nieuws en onderzoek.

Vandaar uit bepaal ik wat ik de leerlingen zou willen leren. Dit heeft meestal te maken met reflectie op hun online gedrag. In de hoop dat ze dit gaan toepassen in diverse situaties. Of dat dan ook gebeurt is bij een op zichzelf staande gastles niet goed na te gaan.

Competentiemodel

Gelukkig zijn er inmiddels wel handvatten te vinden die scholen en mediacoaches kunnen gebruiken, zoals het mediawijsheidcompetentiemodel van Mediawijzer.net, waarin  verschillende niveaus zijn opgenomen. Hoe je dit dan vervolgens zou moeten meten en toetsen is (nog steeds) vers twee.

Mediawijzer gaat daarmee aan de slag voor het basisonderwijs. En ik ben bezig met een toets en methodiek voor het voortgezet onderwijs. Wil je met mij meedenken? Ik hoor ik het graag!

Cyberpesten anders aanpakken

Naomi zit in klas 2 van de havo en wordt gecyberpest.

Ze wordt geblockt van Whatsapp-groepjes, ontvangt nare berichtjes via de chat en er worden bewerkte foto’s en filmpjes van haar op internet gezet. Medescholieren weigeren haar vriendschapsverzoek op Facebook en ze krijgt er maar heel weinig van anderen.

Pesten via internet

Internet en social media bieden pesters en meelopers makkelijke manieren om haar het leven zuur te maken:

  • Vervelende berichten zijn snel gemaakt en verspreid.
  • Er is 24/7 mogelijkheid tot contact.
  • Je kunt anderen anoniem lastig vallen en ook makkelijk buitensluiten.
  • Omdat online de bedoelingen lastiger zijn te zien, is het risico op misverstanden groot (‘het was maar een geintje’).
  • Het is voor de pester makkelijk om harder tekeer te gaan, omdat het effect op het slachtoffer niet is te zien.
  • Verder verspreiden roddels en dergelijke zich via internet razendsnel, waardoor iets in no-time kan escaleren.

Naomi’s ouders weten van niets en hebben dus ook niet bij de school aan de bel getrokken. Jongeren schamen zich vaak voor cyberpesten en hebben niet het idee dat opvoeders hier iets aan (kunnen) doen. De signalering van cyberpesten is voor (professionele) opvoeders al met al lastig.

Gepesten en pesters

Volgens de gangbare opvatting zijn gepeste kinderen vaak een beetje anders waardoor ze niet voldoen aan de ongeschreven groepsnorm. Vooral voor pubers is de peergroup juist van groot belang. Je kunt er oefenen met sociale vaardigheden, rollen uitproberen, je standpunt bepalen, je zelfvertrouwen en eigenwaarde versterken. Hoor je er niet bij, dan voel je je onzichtbaar, alsof je sociaal niet bestaat.

Vaak zijn gepeste kinderen van zichzelf al minder weerbaar. Ze reageren emotioneel op ‘geintjes’, wat pesters motiveert ermee door te gaan, want het versterkt hun macht. Door het structureel straffen, buitensluiten, treiteren en bedreigen van anderen verwerven pesters invloed in de groep.

Omstanders

De ‘omstanders’, dat wil zeggen de groepsleden die zelf niet pesten maar de pester(s) niet tegenhouden, hebben zich geconformeerd aan de groep. Dit vanuit de behoefte om eigen onzekerheid te reduceren en om door de groep geaccepteerd te worden. Verder voelen mensen zich minder persoonlijk verantwoordelijk als ze deel uit maken van een groep.

Deze twee mechanismen zorgen ervoor dat omstanders niet zo gauw uit hun rol stappen en tegen de pester in het verweer komen. Bovendien zouden ze zelf dan wel eens het haasje kunnen zijn.

Plan van Aanpak

De pestprotocollen en aanpakken van scholen zijn doorgaans nogal abstract, bestaan vooral uit gesprekken en zijn gericht op offline pesten. Zie bijvoorbeeld de KiVa methode en de Vijfsporenaanpak.

Digitaal pesten vergt een andere aanpak dan irl pesten. Het onderscheid plagen en pesten is online nog lastiger te maken. En de rollen van de omstanders, pester en gepeste, de tactieken en mogelijkheden voor de drie partijen, en hoe je dit als ouder/school/docent signaleert en aanpakt, verschilt.

Meer inzicht of een plan van aanpak met begeleiding nodig met betrekking tot cyberpesten? Neem contact met mij op!

 

Docent, laat social media voor je werken!

Ruim 3 jaar zit ik nu op Twitter. Het was destijds de laatste in de rij van de social media die ik gebruikte. Facebook kwam ver daarvoor. En MySpace, Hyves, LinkedIn… enz.

megafoon soial mediaFacebook maakte voor mij toen gewoon more sense. Je had je vriendenclubje waar je iets tegen zei en andersom. Hyves kon je leuk customizen en was heel gebruiksvriendelijk. MySpace was erg leuk als je een bandje managede (zoals ik) en vooral foto’s van repetities en muziek erop wilde zetten.

Maar Twitter was voor mij een soort roepen in de woestijn. Hoorde iemand mij eigenlijk wel? En wie dan? Ik kreeg geen reactie op mijn tweets en vond er weinig aan. Waar ga je het over hebben als je niet weet wie er naar je luistert?

Mediawijsheid

Dit veranderde pas toen ik mij met mediawijsheid ging bezighouden en dus op Twitter een doel had gevonden. Nu is Twitter voor mij het belangrijkste kanaal geworden. Facebook is vaak de gezelligste, maar uit Twitter haal ik het meest qua contacten en informatie.

Ik sprak laatst een docent in wiens klas ik een mediawijsheidles gaf. Hij was zelf ook actief op Facebook verzekerde hij mij, en was vrienden met sommige leerlingen. Waar hij het dan op Facebook met ze over had? Gewoon wat vakantiefoto’s uitwisselen enzo.

Liefde voor het vak

‘De mens achter de docent’ laten zien op social media is natuurlijk leuk, maar het zou zoveel interessanter kunnen zijn. Maak er een verdieping van je les van. Geef je geschiedenis? Schiet wekelijks plaatjes, stel er een vraag bij en laat je leerlingen vertellen. Ben je decaan? Geef je leerling een lijstje van interessante mensen en groepen die ze kan volgen op Twitter of LinkedIn. Maak een projectgroep aan op Facebook oid waarbinnen leerlingen het weekthema kunnen bediscussiëren. Zoek of zet handige filmpjes op YouTube en plaatjes op Pinterest die de lesstof verduidelijken. Breng je liefde voor je vak over!

 

Wel of geen vrienden worden op Facebook?

Best ingewikkeld soms, die vriendschappen op Facebook. Want daar zitten niet alleen je ‘echte’ vrienden tussen, maar ook collega’s, vage kennissen en wellicht ook je kinderen.

'Wij zijn twee vrienden'.Je wilt niet iemand voor het hoofd stoten door een vriendschap te ‘weigeren’. Maar je wilt ook niet dat je baas leest wat je in de kroeg doet. Kortom: wat is nou een handige vriendschap strategie op Facebook?

  • Vrienden worden met mensen die je niet goed kent

Niet handig als je geen rekening wilt houden met verschillende gradaties in persoonlijke informatie. Als je je Facebookpagina gebruikt als uithangbord voor je hobby of werk, dan weer wel. Maar dan kun je beter een Facebook businesspage aanmaken. Dan hou je het zakelijk.

  • Vrienden worden met je kinderen

Aan te raden omdat je er met de juiste instellingen alleen niet bent. Je bent op Facebook voortdurend zaken aan het afwegen als juistheid van informatie, je online imago, met wie je wel of geen vrienden wordt. Een beetje begeleiding daarbij kan dus geen kwaad. Nadeel: je overschrijdt daarmee de privacy van je kind (en van jezelf!). In een volgend stadium kun je dan eventueel gebruik gaan maken van ‘vriendenlijsten’. Of elkaar weer ‘ontvrienden’. Overigens vinden niet alle kinderen het leuk om ‘vrienden’ te worden met hun ouders. Volgens de laatste berichten schakelen jongeren mede daarom over op andere platforms. Hierbij wat don’ts voor ouders op Facebook.

  • Vrienden worden met je leerlingen

Goed mits je daar een bepaald doel aan koppelt, en de berichten voor vrienden en familie daarvan gescheiden houdt. Niet goed als je dat niet doet. Zet je studenten, vrienden, familie, enzovoorts dus op aparte ‘vriendenlijsten’ en bedenk bij elke post wie hem mag zien. Of maak een aparte businesspage voor jezelf als leraar, die je dan kunt verbinden aan de algemene pagina van de school.

  • Vrienden worden met je baas/werknemer

Hoe close de relatie ook is, op gelijke voet sta je niet. Je zult dus altijd in je achterhoofd moeten houden dat informatie tegen je gebruikt kan worden. Dat is misschien niet zo relaxed, maar het houd je wel scherp. Want het is sowieso niet handig om spijbel- of ‘ik baal van mijn werk’ berichten in de openbaarheid te gooien. Ook hier zijn de ‘vriendenlijsten’ handig voor.

Hoe denk jij over vriendschappen op Facebook? Ben je wel of juist geen vrienden op Facebook met je kind, student, collega, moeder of baas? Reageer!

Scholen, leer omgaan met PowNed en Twitter!

Protocollen heb je er in vele soorten en maten. Voor gestrande bultruggen, gebruik van internet op school, pesten, social media gedrag door werknemers en wat al niet.

Mijn ervaring is dat met een paar mensen iets op papier zetten, hoe doordacht ook, weinig zin heeft. Het moet gedragen worden door de hele club.

Bovendien zou een protocol als doel moeten hebben vervelende situaties te voorkomen die de organisatie en deelnemers schaden. En niet om iets te verbieden waar je eigenlijk gewoon geen raad mee weet. Of een stok te hebben om overtreders mee te (ont)slaan.

Huygens College
Het Huygens College in Amsterdam heeft, zoals zoveel scholen, zeer waarschijnlijk geen mediaprotocol. Het ging dan ook volledig de mist in toen PowNed langskwam voor een rellerige repo over twitterende leerlingen die hun klasgenootje Yassin zouden steunen, betrokken bij de dood van de grensrechter. Ze vonden één jongen van een jaar of dertien die puber-eigen stomme dingen riep. Ze spraken met directeur Rick d’Ancona, die schutterig en kop-in-het-zand-achtig overkwam. Maar het punt was gescoord, de onderbuik gevoed.

De school kondigde daarna aan medialessen te willen geven aan leerlingen, zodat ze beter stilstaan bij wat ze via social media verkondigen. En waarbij mag ik hopen ook de werking en intenties van verschillende media worden besproken. Met hopelijk als doel leerlingen te leren bewust met media om te gaan, zodat het ze wat oplevert in plaats van dat het tegen ze werkt. Een initiatief dat we alleen maar kunnen toejuichen, en waarvoor ik me heb aangeboden als mediacoach (maar niks op heb gehoord).

Maar vooral vind ik dat de directie in dit geval PownNed (en Jakhals Erik) niet had moeten toelaten. De school zat al in een precaire situatie, en had daarin z’n leerlingen (en ouders!) moeten beschermen. Een mediaprotocol gaat de hele school aan, en begint bij mediawijsheid. Aan de slag dus!

Meer? Meld je aan voor mijn nieuwsbrief en ontvang gratis tweewekelijks leuke en handige mediawijsheidtips!

Zittenblijven door Facebook?

Social media zouden schoolcijfers negatief beïnvloeden, zo was de laatste weken veel in het nieuws. Na de hype volgde de kritiek: dit was een aanname, maar geen wetenschappelijk bewezen onderzoek.

Meisje met tabletEn dat is tot nu toe iedere keer het geval als het over social media gaat. Het is ook heel lastig te onderzoeken lijkt mij, want tegenover elk verondersteld negatief effect staat wel weer een positieve:

  • Het kost teveel tijd: Ja, voor je het weet ben je zomaar 1,5 uur verder achter je laptop of tablet. Maar vroeger keek je veel meer tv en las je blaadjes als de Tina en Donald Duck (of de Wehkamp). Is dat beter?
  • Het leidt teveel af: Tja, vroeger gaf je elkaar briefjes in de klas en zat je (ik in ieder geval) geregeld tijdens huiswerk mijlenver weg met je gedachten.
  • Je wordt er narcistisch van (kijk mij!): Maar je bent wel met ieders leven bezig en geeft hen ook wat aandacht (al is het maar een ‘like’).
  • Je bent niet meer met je directe omgeving bezig: Nee, je bent met iedereen bezig, dichtbij of ver, die online is.
  • Je verliest social skills om met anderen in real life om te gaan: Juist de openbaarheid van internet en gebrek aan non-verbale informatie zorgt ervoor dat je goed moet nadenken hoe je met anderen omgaat. (Door Hanna Bervoets mooi omschreven als DINOCO ‘Digitale non-geschreven communicatie oftewel: Gedrag rondom het schrijven/sturen van digitale berichten dat een extra betekenis of motivatie verraadt’.)
  • Je aandachtsspanne wordt korter: Dit kunnen vele diehard web- en social mediagebruikers onder ons wel beamen, maar daar staat een enorme hoeveelheid aan al dan niet parate kennis en andere wetenswaardigheden tegenover.
  • Het is verslavend: Ja. Maar waarschijnlijk gaat dat toch vanzelf weer over.

Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat het zeker bij kinderen goed is paal en perk te stellen bij het smartphone- en social media gebruik en hen hierin als opvoeder te begeleiden.

Enkele tips:

  • Breng structuur aan in het social media gebruik (plan in wanneer en hoelang, en wanneer niet).
  • Leer kinderen hun social media behoeften uit te stellen tot bepaalde momenten.
  • Deel concentratie-vragende zaken op in blokken van 25 minuten (zie ook Focus! van Pardoen) .
  • Laat ze ‘s nachts geen mobieltjes meenemen naar de slaapkamer.
  • Stimuleer doelgericht social media gebruik, zoals elkaar via een Facebookgroep helpen met huiswerk.
  • Stimuleer het dieper denken.

Meer? Meld je aan voor mijn nieuwsbrief en ontvang gratis tweewekelijks leuke en handige mediawijsheidtips!

Pubers in mijn brein

De laatste maanden ben ik ondergedompeld in het puberbestaan.

Gezellig kamperen, foto: Angelo van Leemput.
Gezellig kamperen, foto: Angelo van Leemput.

Via mijn studie leer ik over het ‘puberende brein’, Generatie Einstein (die tijdens het Nomc ook al aan de orde kwam) en hoe je als docent daar een beetje leuk mee om kan gaan.

Ik heb pubers zien debatteren tijdens de aftrap van de Week van de Mediawijsheid. Grappig, rustig en serieus, welbespraakt en in de eigen redeneringen verstrikt rakend gingen ze volop in gesprek over stellingen als ‘Ik heb niks te verbergen op social media’.

Ik heb Mediawijsheidlessen gegeven aan een gymnasiumklas en op de mavo. Het is geweldig om die oplichtende ogen te zien bij de voorbeelden die ik geef. En erg leuk om te lezen hoe ze je opdrachten aanpakken. Zoals bijvoorbeeld:

Vraag: Volgens dit onderzoek delen jongeren alles met elkaar en hun ouders op social media. Wat vind je daarvan? Zijn daar grenzen in?
Antwoord 13-jarige: ‘Je moet niet zomaar allemaal persoonlijke dingen posten. En je moet gewoon geen vrienden zijn met je ouders.’

Ook ervaar ik hoe zwaar het is om de orde erin te houden. En het is niet altijd fijn om recht voor z’n raap kritiek van ze te krijgen op je zorgvuldig en intensief voorbereide les. (Mijn bewondering voor docenten stijgt elke keer meer). Maar wel weer heel leerzaam uiteraard.

Flow
En ik ben met mijn kop op de buis geweest (hier de online versie) in het kader van het nieuwe boek van Justine Pardoen over pubers en social media als grote afleider. Een heel leesbaar boek met bruikbare tips hoe je ze leert concentreren. Zoals: help ze herinneren hoe fijn het is om in de ‘flow’ te zitten. Hoe energiek en creatief je je dan voelt, en hoe alles vanzelf lijkt te gaan. Dan realiseren ze zich dat je daar je volle aandacht bij nodig hebt.

Vroeger
Ik heb groepsgesprekken met diverse pubers gevoerd over social media. De 13-jarige gymnasiasten zijn er eigenlijk niet zo heel veel mee bezig. ‘Mijn ouders hebben liever dat ik een boek lees’. De 17-jarige havisten zijn volgens eigen zeggen ‘verslaafd’, maar leggen hun mobiel wel af en toe opzij om huiswerk te maken.

En eigenlijk vinden ze het jammer dat ze hun vrienden minder vaak irl (In Real Life) zien, zoals het ‘vroeger’ was. Een van hen: ‘Vroeger ging je naar de markt voor wat gezelligheid, je hing ergens rond en kletste wat, nu ga je erheen om iets te kopen en gelijk weer door te gaan. Iedereen is druk en onderweg, daardoor communiceer je eerder even snel via Facebook dan dat je iemand opzoekt.’

Best slim bezig, die pubers.

Meer? Meld je aan voor mijn nieuwsbrief en ontvang gratis tweewekelijks leuke en handige mediawijsheidtips!